Anton.

maart 2019

Passo dello Stelvio in kaart gebracht

Het Italiaanse Passo dello Stelvio (Stilfser Joch) is een uniek skigebied in de Alpen. Niet alleen vanwege het prachtige uitzicht op onder andere het Ortlermassief, de Bernina Gruppe en een groot deel van de alpenhoofdkam. Maar vooral omdat het ‘t enige skigebied in de Alpen is dat 's winters niet geopend is. Het gaat pas in de lente open. De vraag is echter hoe lang dit nog duurt?

Starten vanaf een bergpas
's Zomers open en ’s winters dicht? Dit komt doordat het Italiaanse gletsjerskigebied pas vanaf het hoogste punt op de Stelvio bergpas start; een punt dat in de winter onbereikbaar is door de sneeuw. Het dalstation van de huidige pendelbaan ligt op ongeveer 2.750 meter hoogte en de skiliften reiken tot een hoogte van ongeveer 3.360 meter. Het ski- en snowboardseizoen loopt hier meestal vanaf eind mei tot begin november. Met name in de maanden mei en juni, wanneer de pistes tot de bergpas nog open zijn, beschikt het gebied over behoorlijk wat afdaalmogelijkheden. Maar voor het eerst in de geschiedenis moest het skigebied in de zomer van 2017 sluiten vanwege de extreem hoge temperaturen en een gletsjer zonder sneeuw. Is het binnenkort afgelopen met het zomerskiën op de Stelvio?

Ferdinandshöhe
Voor het begin van de Stelviopas moeten we teruggaan naar het jaar 1822, toen deze regio nog onderdeel was van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie. Om Milaan beter te verbinden met de rest van Oostenrijk werd er in dat jaar gestart met de bouw van een bergpas. Omdat er haast bij was heeft de aanleg slechts drie jaar geduurd. In deze tijd werd de pas nog de Ferdinandshöhe genoemd en liep de gletsjer bijna tot aan de pas.

Bijna honderd jaar lang was het een belangrijke handelsroute die zowel 's zomers als 's winters werd opengehouden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het een strategisch punt waar flink om werd gevochten. Het was in deze periode het hoogste strijdtoneel ter wereld. Door de grote hoogte stierven er veel soldaten aan natuurlijke factoren als de ijzige kou en verwoestende lawines.

Na de Eerste Wereldoorlog werden beide flanken van de bergpas Italiaans grondgebied, waardoor de voornaamste reden van de wegverbinding wegviel. De Stelviopas was niet langer een strategische verbinding tussen Milaan en Oostenrijk en werd hierdoor niet meer het hele jaar door open gehouden. De start van het wintersporttoerisme kwam pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Giuseppe Pirovano een skischool en een hotel opende. Sindsdien was het mogelijk om in de zomermaanden – als de sneeuw op de bergpas was gesmolten – op de gletsjer te skiën. In de jaren '50 en '60 werden steeds meer skiliften geopend die de gletsjer ontsloten.

Hoogtijdagen van het zomerskiën
Al snel bleek het zomerskiën een groot succes. In de jaren daarna kwamen niet alleen skiclubs uit Italië ’s zomers naar de Stelviopas om te trainen, maar ook clubs en toeristen uit omringende landen door het grote liftaanbod, de goede skischool en de uitstekende condities. Steeds meer jonge skiërs, waaronder skikampioen Gustavo Thöni, waren elke zomer op de gletsjer te vinden. Eind jaren '70 en begin jaren '80 bereikte de populariteit van het zomerskiën en daarmee ook van de Stelvio zijn hoogtepunt. Maar liefst vijf grote hotels bij het middelstation Trincerone waren door de jaren heen speciaal voor het zomerskiën gebouwd. Om de gasten na het skiën te vermaken waren de hotels uitgerust met alle mogelijke luxe, zoals discotheken en sauna's.

Het exacte aantal is onduidelijk, maar toentertijd waren er ongeveer drie keer zoveel skiliften als dat er nu nog zijn overgebleven. Destijds bestond er een heel deelskigebied op de steile flanken van de Nagler, een 3.259 meter hoge berg vlakbij het middelstation Trincerone. Het skigebied werd gerund door twee eigenaren: Sifas AG Stilfserjoch en Pirovano. Laatstgenoemde bouwde tijdens de hoogtijdagen zelfs parallelle skiliften voor de gasten van zijn hotels, waardoor er een wirwar aan skiliften ontstond. Aangezien de toeristen en skiteams genoeg geld in het laatje brachten, waren de kosten van deze inefficiëntie van het liftennetwerk geen probleem voor de twee liftuitbaters.

Van financieel gezond naar faillissement
Sifas AG besloot om de liften van Pirovano over te nemen en daarnaast veel sleepliften te vervangen door capaciteitskrachtigere parallelle sleepliften. Precies in deze periode verloor het zomerskiën aan populariteit. Binnen enkele jaren verdween de sterke positie van het skigebied en kreeg het gebied financiële problemen. In 1985 waren de problemen zelfs zo groot dat de liftuitbater het faillissement moest aanvragen. Onder nieuwe leiding werd er een doorstart gemaakt, maar werd het liftaanbod sterk gereduceerd. Voor toeristen werd het aanbod steeds minder interessant en alleen de trainingsgroepen bleven over.

Ook aan het begin van de 21ste eeuw werden steeds meer sleepliften verwijderd, mede door de hogere temperaturen in de zomer en het versnelde terugtrekken van de gletsjer. De meest recente sleeplift die werd verwijderd was de laatst overgebleven Nagler-sleeplift. In 2008 werd deze weggehaald door het terugtrekken van de gletsjer. Hiermee waren alle sleepliften rondom het middelstation Trincerone afgebroken. Door deze ontwikkelingen zijn er nog maar vier sleepliften over: de parallelle Geister-sleepliften en daarnaast nog de Payer- en de Cristallo-sleepliften. Het verval is tegenwoordig duidelijk zichtbaar. Door het hoge percentage leegstand en het slechte onderhoud zien de gebouwen er niet allemaal meer uitnodigend uit. Slechts twee van de vijf hotels bij het middelstation Trincerone zijn nog open, maar ook deze hebben hun beste tijd gehad.

Vroegtijdige sluiting
In augustus 2017 werd besloten om het skigebied tijdelijk te sluiten vanwege het extreme smeltproces tijdens de kokende zomermaanden. De temperatuur lag voor een te lange periode te hoog waardoor al de oude wintersneeuw was gesmolten en de gletsjer blootlag. Om veiligheidsredenen was het niet langer mogelijk om de Geister-sleepliften te gebruiken. Het gebied bleef maar liefst drie weken dicht door sneeuwtekort: een flinke klap voor de liftuitbater.

Steeds meer problemen
Met de oplopende temperatuur en het verdere terugtrekken van de gletsjer lijkt het erop dat het zomerskiën in Stelvio zijn langste tijd gehad heeft. De gletsjer smelt rap en op steeds meer plekken wordt het kritisch. Zo steekt het bergstation van de pendelbaan bij Livrio steeds meer boven de gletsjer uit. Ook de verbinding naar de sleepliften worden steeds slechter begaanbaar door het sneeuwtekort. Matten en loopbanden vangen dit nu op maar zijn slechts lapmiddelen. Sinds een aantal jaar zorgt een Snowmaker bij Livrio voor extra sneeuw om deze helling van extra sneeuw voorzien.

Een tweede locatie die door de jaren heen steeds meer problemen oplevert, is de uitstap van de steile Payer-lift. De uitstap van de verbindingslift tussen Cristallo en Geister ligt inmiddels tientallen meters onder de uitstap van begin deze eeuw. Er moeten dus veel aanpassingen worden gedaan aan de liften en tracés om het zomerskiën in stand te houden.

Kwaliteit van skiën achteruit
Wie dus nog eens wil zomerskiën op de Stelviopas zal niet te lang meer moeten wachten. De gletsjer is vergeleken met Oostenrijkse gletsjerskigebieden gelukkig relatief groot en heeft dus nog wel wat jaren te gaan, maar de kwaliteit van het skiën tijdens de hoogzomer zal afnemen. Door hogere temperaturen zal de gletsjer vaker bloot komen te liggen, wat zal resulteren in meer vroegtijdige sluitingen. Dit sluit gelukkig niet uit dat er nog prima geskied kan worden in het late voorjaar en het begin van de zomer.